GODSDIENST
Algemeen
China is officieel een atheïstisch land en het zal niet vreemd zijn
dat China religie als oorzaak ziet van de val van het communisme in
Europa.
Halverwege de 20e eeuw had het godsdienstige leven in China het
zwaar te verduren. Met name tijdens en na de Culturele Revolutie
voerde de staat actie tegen alle godsdiensten, maar ook tegen het
taoïsme en het confucianisme. De meeste kerken, tempels en moskeeën
werden in die tijd gesloten.
Het marxisme had als doel het elimineren van alle religies. Hierdoor
werden alle religieuze groeperingen gedwongen om ondergronds te
gaan. In deze tijd ontstonden er veel zogenaamde huisgemeentes.
Hierdoor raakte de staat de controle over de kerken kwijt en daarom
koos men halverwege de zeventiger jaren van de vorige eeuw voor een
andere strategie.
Na 1977 veranderde deze houding en in 1982 volgde er een
grondwetswijziging die vrijheid van godsdienst garandeerde, en veel
religieuze gebouwen werden weer geopend.
Het bankroet van het wereldwijde communisme leidde tot een
spiritueel niemandsland dat opgevuld werd met een ratjetoe van
geloofsovertuigingen.
In het streven naar geluk worden goden, geesten en voorouders
vereerd. Dat wordt aangepast aan lokale tradities en vermengd met
het confucianisme, het taoïsme en het boeddhisme.
Animisme wordt nog in de afgelegen bergstreken en woestijnen
gevonden.
De traditionele godsdiensten van het diep religieuze China zijn het
taoïsme (eigenlijk meer een soort volksgeloof) en het boeddhisme.
Het confucianisme, een maatschappijfilosofische stroming, is ook
wijdverbreid. Het boeddhisme is uit India geïmporteerd, dus
eigenlijk is alleen het taoïsme de enige echt inheemse godsdienst.
De met ceremonies omgeven voorouderverering komt ook nog vrij
algemeen voor.
Over het aantal aanhangers van de traditionele godsdiensten zijn
geen exacte gegevens bekend, maar geschat wordt dat het boeddhisme
ca. 100 miljoen aanhangers heeft en het taoïsme ca. 30 miljoen; het
confucianisme is wijd verbreid.
Het aantal islamieten wordt geschat op 20 miljoen, en zij zijn het
sterkst vertegenwoordigd in de autonome gebieden Ninxia Hui en
Xinjiang Uygur.
In 1988 waren er ca. 7 miljoen geregistreerde christenen in het
land, van wie ca. 60% lid was van de Nationale Katholieke Kerk, die
zich overigens in 1958 losmaakte van Rome.
De Evangelische Kerk van China heeft een sterk groeiende aanhang
(1994: ca. 20 miljoen).
DIVERSE
GODSDIENSTEN EN FILOSOFISCHE STROMINGEN
TAOÏSME of DAOÏSME
‘Vrijheid van begeerten brengt innerlijke rust’
Het taoïsme of ‘daojiao’ is in feite meer mystiek dan religieus,
hoewel sommige richtingen ook goden hebben. Het taoïsme werd
waarschijnlijk gesticht door Lao-tze in de 6e eeuw voor Christus.
Zijn denkbeelden werden vastgelegd in de Tao Te Jing ( ‘Over de
kracht van de Weg’ ).
Het taoïsme kenmerkt zich door een beschouwende kijk op het leven,
waarin men iets kan bereiken door het niet-doen of ‘wu wei’. De mens
moet zijn eigen natuur volgen, zonder van buitenaf opgelegde
beperkingen. Men neemt aan dat alles uit eigen beweging ontstaat en
gebeurt. Taoïsten geloven in de ordening van de natuur en
veroordelen voortbrengselen van beschaving zoals weelde, kennis,
wetten en verfijnde manieren.
Tijdens zijn ontwikkeling nam het taoïsme het yin-yang-systeem van
in evenwicht zijnde tegendelen op. Yin staat voor het vrouwelijke
element, dat wordt geassocieerd met de maan, winter, duisternis,
behoudzucht en passiviteit, terwijl yang, het mannelijke element,
wordt geassocieerd met de zon, zomer, licht, creativiteit en
dominantie.
De ‘Weg’ kan ook bereikt worden door het beoefenen van tai chi quan,
een taoïstische vechtsport.
Het taoïsme is de grote tegenhanger van de strenge confucianistische
leer.
BOEDDHISME
Het boeddhisme werd in de 5e-6e eeuw v. Chr. opgericht door de
Indiase prins Siddharta Gautama, en tussen de 3e en 6e eeuw na Chr.
naar China gebracht, alwaar het een Chinees karakter kreeg, met een
duidelijke eigen vormen en cultuur.
Centraal thema van het boeddhisme is het opheffen van de begeerte;
het zogenaamde ‘achtvoudige pad’, dat leidt tot het nirvana, een
transcendente vrijheid.
In China wordt over het algemeen het mahayana boeddhisme
aangetroffen. Deze vorm van boeddhisme verschilt van het Indiase
theravada boeddhisme door de opvatting dat boddhisattva’s (mensen
die boeddha zijn geworden, maar tijdelijk afzien van een plaats in
het nirvana) hun boeddhaschap dienen uit te stellen om andere mensen
te helpen.
Het typische Tibetaanse boeddhisme is te vinden in Tibet en
Binnen-Mongolië. Hun leider draagt sinds de 16e eeuw de titel ‘Dalai
Lama’. Van de 7e tot de 14e eeuw ontstonden er verschillende
lama-sekten. Een hervormingsbeweging in de laatstgenoemde eeuw
leidde tot het ontstaan van de Gele Sekte (Gelugpas) die daarna
overheersend zou worden. Dit geloof sprak niet alleen Tibetanen aan,
maar ook onder andere Mongolen, Naxi, Loba, Monba en Dahur.
De grote Boeddha van LeShan is de grootste uit steen gehakte Boeddha
ter wereld. Het beeld meet 71 meter, en is meer dan 1200 jaar
geleden tijdens de Tang-dynastie gemaakt. Het hoofd van deze Boeddha
is 15 meter hoog, zijn oren 7,5 meter lang en zijn ogen 3 meter
breed. Op zijn voeten kunnen zonder problemen ca. 100 mensen staan.
CONFUCIANISME
‘Een evenwichtige combinatie van natuur en cultuur geeft een juiste
levenshouding’
Het confucianisme of ‘rujia sixiang’ is genoemd naar de Chinese
filosoof Confucius (551-479 v.Chr.) Het is een paternalistische
maatschappijfilosofie, die de Chinese bevolking de codes, regels en
normen voor hun gedrag voorhoudt, en Confucius (Kung Fu-tse) stelde
daarvoor meer dan 3000 gedragsregels op.
Volgens het confucianisme dient men niet te handelen zoals je hart
je ingeeft, maar zoals je maatschappelijke status van je verlangt.
Algemene Chinese karaktertrekken als ijver, matigheid,
bescheidenheid en eerbied voor het gezin (o.a. groot respect voor
ouderen) zijn aan het confucianisme te danken. Confucius vond het
verder van groot belang dat ieder individu een grote veelzijdigheid
en intelligentie zou bereiken en emotioneel in balans was. Confucius
geloofde ook stellig in de principiële goedheid van de mens; het is
aan gebrekkig ‘inzicht’ (lees: opvoeding) te wijten dat de mens in
fouten vervalt.
Tot aan het begin van de 20e eeuw heeft het confucianisme het denken
en handelen van de sociale elite in China beheerst. Ook in politieke
zin is het tot die tijd een belangrijke stroming gebleven.
Een andere belangrijke vertegenwoordiger van de school die door
Confucius werd gesticht, is Men Zi of Mencius (372-289 v.Chr.). De
leerstellingen van Mencius hebben grote invloed gehad op het
neo-confucianisme, dat tijdens de Song-dynastie (960-1280) begon.
ISLAM
De islam of ‘yisilan jiao’ is door Arabische kooplieden via de
Zijderoute naar China gebracht, en verder over zee naar de zuidkust
waar nu de meeste moskeeën te vinden zijn. Op dit moment telt de
islam ca. 48 miljoen gelovigen onder de minderheden.
De Oejgoeren zijn een opvallende islamitische bevolkingsgroep, want
zij stammen af van de Arabische handelaars die de islam naar China
brachten. Zij leven voornamelijk in het noordwesten, in de provincie
Xinjiang.
Ook de Hui of Hoei zijn een belangrijke islamitische
bevolkingsgroep. Zij leven vooral in de provincies Gansu, Ningxia,
Qinghai en Xinjiang.
CHRISTENDOM
Het christendom of ‘jidu jiao’ krijgt in het hedendaagse China
steeds meer aanhangers door missiewerk en door het opkomende
kapitalisme. In de 7e eeuw kwam een christelijke Syrische sekte, de nestorianen, naar China, gevolgd door de jezuïeten.
Volgens de overheid zijn er in China op dit moment ca. 7 miljoen
katholieken en 20 miljoen protestanten en evangelisten.
|
Bronnen: China Cambium, 1998
China |
Harper, D. / China Kosmos-Z&K, 2002
Jansen,I. / China |
Knowles, C. / China Van Reemst, 2002
MacDonald, G. / China |
Eijck, F.
Reishandboek China Elmar, 1996 Floor, H. / China Stichting Teleac, 1988 |